Afgelopen vrijdag 26 juni presenteerde minister Jaimi van Essen (LVVN) het nieuwe stikstofpakket waarmee het kabinet Nederland van het stikstofslot af wil halen. Een belangrijk onderdeel daarvan is de verdere ontwikkeling van een stikstof-KPI: een meetinstrument waarmee de prestaties van landbouwbedrijven op het gebied van stikstof worden beoordeeld.
Deze actualiteit vormt voor ons aanleiding om stil te staan bij de bredere ontwikkeling van de kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) voor de Nederlandse landbouw. Stikstof is immers slechts één van de duurzaamheidsdoelen waarop de landbouw wordt beoordeeld. Sinds 2020 wordt gewerkt aan een integrale KPI-kernset die de voortgang op verschillende duurzaamheidsdoelen inzichtelijk moet maken. Over de gevolgen van deze ontwikkeling voor agro-ecologische en gemengde bedrijven publiceerde de Federatie van Agro-ecologische Boeren eerder het rapport Reflecties op KPI Kringlooplandbouw. De actualiteit rond het stikstofpakket maakt de vragen uit dat rapport opnieuw relevant.
Wat zijn KPI’s?
Een KPI (kritische prestatie-indicator) is een meetbare indicator waarmee wordt vastgesteld in hoeverre een doel wordt bereikt. Daarbij wordt gekeken naar de prestatie van een bedrijf, niet naar de inspanning die daarvoor is geleverd. KPI’s vormen de schakel tussen beleidsdoelen en de dagelijkse bedrijfsvoering. Ze maken zichtbaar wat een bedrijf daadwerkelijk bereikt en moeten het mogelijk maken om te sturen op resultaten in plaats van op voorgeschreven maatregelen.
Het idee achter deze systematiek is aantrekkelijk: wanneer de juiste prestaties worden gemeten, krijgen boeren meer ruimte om zelf te bepalen hoe zij duurzaamheidsdoelen realiseren. Maar daarvoor is wel een samenhangende set van indicatoren nodig.
De oorspronkelijke ambitie: kringlooplandbouw meetbaar maken
De ontwikkeling van de KPI-kernset vindt haar oorsprong in de Visie Kringlooplandbouw Landbouw, natuur en voedsel: waardevol en verbonden, die in 2018 door toenmalig minister Carola Schouten werd gepresenteerd. In deze visie werd de omschakeling naar kringlooplandbouw benoemd als de centrale strategie om de Nederlandse landbouw toekomstbestendig te maken, met als doel dat Nederland in 2030 koploper zou zijn op het gebied van kringlooplandbouw.
De KPI-kernset moest deze visie meetbaar maken. Niet door afzonderlijke beleidsdoelen los van elkaar te beoordelen, maar door inzicht te geven in de integrale duurzaamheidsprestatie van een landbouwbedrijf.
Juist daarom is het opmerkelijk dat de KPI voor circulariteit – niet zomaar één van de indicatoren, maar de indicator die de kern van de Visie Kringlooplandbouw zou moeten weerspiegelen – nog altijd niet is uitgewerkt. Terwijl inmiddels veel aandacht uitgaat naar indicatoren voor onder andere stikstof, blijft onduidelijk hoe circulariteit binnen de uiteindelijke KPI-kernset zal worden gemeten. Dat roept de vraag op in hoeverre de oorspronkelijke ambitie van de Visie Kringlooplandbouw nog richtinggevend is voor de verdere ontwikkeling van de KPI-systematiek.

Is die integrale benadering er inmiddels?
De vraag is of deze oorspronkelijke ambitie ook daadwerkelijk wordt waargemaakt.
Opvallend is dat Wageningen University & Research (WUR) hier zelf ook voor waarschuwt in het rapport Integrale KPI-kernset Duurzame Landbouw (2026). Volgens de onderzoekers wordt de verduurzaming van de Nederlandse landbouw al decennialang belemmerd doordat de aansturing te veel is georganiseerd vanuit afzonderlijke beleidsdossiers. Hierdoor worden doelen voor onder meer klimaat, waterkwaliteit en biodiversiteit onvoldoende in samenhang gerealiseerd.
Juist daarom werd gekozen voor een integrale KPI-kernset. Toch zijn zes jaar na de start van het onderzoeksprogramma belangrijke indicatoren, zoals circulariteit, energieverbruik, waterbalans, dierenwelzijn en diergezondheid, nog altijd niet uitgewerkt. Daardoor is het nog niet mogelijk om de duurzaamheid van bedrijven als geheel te beoordelen.
Terwijl de stikstof-KPI nu concreet vorm krijgt, blijft onduidelijk hoe deze zich zal verhouden tot andere duurzaamheidsdoelen. Daarmee dreigt opnieuw het risico dat afzonderlijke indicatoren leidend worden, in plaats van een integrale beoordeling van landbouwbedrijven.
Wat betekent dit voor gemengde en agro-ecologische bedrijven?
Juist voor gemengde en agro-ecologische bedrijven heeft dit belangrijke gevolgen.
De Federatie van Agro-ecologische Boeren onderzocht samen met Boerenverstand, met dataverwerking door Wageningen University & Research, hoe de huidige KPI-systematiek uitpakt voor 24 bedrijven (12 biologisch-dynamische bedrijven en 12 CSA-bedrijven). De resultaten zijn beschreven in het rapport Reflecties op KPI Kringlooplandbouw.
Een belangrijke conclusie is dat de huidige KPI-systematiek nog grotendeels is ingericht voor afzonderlijke sectoren, zoals melkveehouderij of plantaardige teelten. Hierdoor blijven prestaties die juist kenmerkend zijn voor gemengde bedrijven grotendeels buiten beeld. Het KPI-traject is vooralsnog beperkt tot één berekeningswijze voor melkveebedrijven en één voor plantaardige teelten. Hierdoor komt de ‘integrale benadering’ die de KPI-systematiek zegt te benadrukken in het geding. De bezochte bedrijven sluiten vaak kringlopen op het bedrijf die wenselijk worden geacht (melkveehouders die geen voer importeren, of gemengde bedrijven die zelfvoorzienend in mestbehoefte zijn bijvoorbeeld), maar die niet in de KPI-set worden meegenomen.
Juist bedrijven die kringlopen daadwerkelijk sluiten en verschillende functies combineren, lopen daardoor het risico dat hun prestaties onvoldoende zichtbaar worden binnen de huidige systematiek.
Een integrale beoordeling blijft noodzakelijk
De introductie van een stikstof-KPI kan een belangrijke stap zijn om de stikstofuitstoot beter inzichtelijk te maken. Maar wanneer deze indicator niet wordt ingebed in een werkelijk integrale KPI-kernset, bestaat het risico dat opnieuw wordt gestuurd op afzonderlijke beleidsdoelen in plaats van op een samenhangend duurzaam landbouwsysteem.
De vragen die de Federatie van Agro-ecologische Boeren eerder stelde, zijn daarom nog altijd actueel. Als KPI’s de basis moeten vormen voor toekomstig landbouwbeleid, dan moeten zij ook recht doen aan de samenhang tussen klimaat, biodiversiteit, waterkwaliteit, dierenwelzijn én circulariteit. Alleen dan kunnen zij daadwerkelijk bijdragen aan de transitie naar een duurzame landbouw.

