Sterke boeren voor een duurzame landbouw

De monocultuur van Skal Biocontrole

Iedere boer die biologische producten wil verkopen dient in het bezit te zijn van een Skal-keurmerk. De Stichting Keur Alternatief voortgebrachte Landbouwproducten, afkorting SKAL, keurt al sinds 1987 de Nederlandse biologische agrarische sector. In 1992 is de Skal aangewezen door de Nederlandse overheid om de Europese verordening voor biologische landbouw te controleren en de kwaliteit van de biologische sector te waarborgen. Hiermee heeft de Skal een monopolie gekregen op het verstrekken van biologische certificering. Onderdeel van de biologische agrarische sector zijn kleinschalige tuinderijen. Een rondgang onder deze biologische tuinderijen legt de machtspositie van Skal én bijkomende misstanden in de sector bloot.

De namen van sommige tuinders zijn geanonimiseerd.

Uit onze rondgang onder tuinders blijkt dat er veel onvrede is. Deze onvrede betreft met name de werkwijze van de Skal als het gaat om de focus op administratie, de jaarlijkse controles, de interpretatie van de controleurs en de verplichte oogstregistratie. Daarnaast geven veruit de meeste tuinders aan dat de controles niet afgestemd zijn op hun bedrijf en dat er veel onwerkbare administratieve en financiële lasten ontstaan.

De jaarlijkse controles van de Skal bestaan tegenwoordig vooral uit het controleren van de administratie van tuinders in plaats van bijvoorbeeld de teeltmethode, de groentebedden, de bodem of het compost. Wanneer de administratie niet op orde is, wordt een zogenaamde ‘afwijking’ geconstateerd. Bij deze afwijkingen gaat het vaak om verfijningen zoals het ontbreken van het keurmerk van een leverancier op een pakbon. Zo is het voorbeeld van Sebastiaan van Kievit geen uitzondering: ‘’Een vaste relatie vergat een keer op het bonnetje de naam van onze tuinderij te zetten en dan heb je formeel een incomplete incheck. Er staat dan in jouw inspectierapport dat er niet wordt gecontroleerd volgens Europese verordening, en dat is eigenlijk geen juiste conclusie.’’ De conclusie van zulke afwijkingen is in de basis onjuist wanneer je wel alle essentiële richtlijnen hebt gecontroleerd. Wanneer de Skal meerdere afwijkingen noteert bij hetzelfde bedrijf, kan een certificering ingetrokken worden. Dit is een goede reden om dit soort onjuiste conclusies aan te vechten. De tijd en energie die gaan zitten in het aanvechten van de status die een tuinderij krijgt voor deze minuscule afwijkingen komt voor de rekening van de tuinder. Daarnaast zal er bij volgende controles extra streng worden gecontroleerd op een dergelijke afwijking. Tuinder Mischa vertelt dat het probleem de afgelopen jaren verergerd is: ‘’Mijn ervaring is dat er tot het jaar 2000 geen problemen waren, maar daarna is het steeds meer papierwerk geworden, waardoor het mij nooit meer lukte om een keuring van de Skal door te komen zonder afwijking. Al veertig jaar zijn wij biologisch en dan denk ik: wat een huichelarij.’’ Door de toegenomen bureaucratie krijgen gepassioneerde tuinders te maken met controles waarbij hun administratie centraal staat, in plaats van hun werkzaamheden en tuinderijen. Daarenboven zorgen de bijkomende frustraties ieder jaar weer tot stress voor het volgende keuringsmoment.

Sebastiaan van Kievit is ook kritisch over de manier waarop de Skal haar rapporten opstelt. De geconstateerde afwijkingen staan namelijk niet in relatie tot wat er wél goed gaat op een bedrijf, zo legt Sebastiaan uit: ‘’Op honderd steekproeven heb je wel eens een afwijking, omdat je vanwege de hoge aantallen een variabele ertussen kan hebben. (…) Eigenlijk zegt Skal dat als je een 9,9 hebt gehaald, je een onvoldoende hebt gehaald. (…) Dat zijn gekmakende gevolgtrekkingen die ook geen hout snijden.’’ Daarnaast is de registratie van afwijkingen ook onderworpen aan de interpretatie van de controleur. Terwijl je zou kunnen verwachten dat de richtlijnen van Skal niet onderworpen zouden mogen zijn aan subjectiviteit, vertelt tuinder Marleen: ‘’Ik heb wel eens een controleur gehad die na 30 minuten zei: ‘’Ah, ik heb mijn afwijking!’’ Blijkbaar moeten ze dat doen, anders hebben ze geen goede controle.’’ Tuinders geven aan dat ze liever zien dat er naar hun bedrijf wordt gekeken en bodemmonsters worden genomen, zoals tuinder Sarah vertelt: ‘’We hebben een rondgang over het bedrijf en we hebben een hele berg compost en daar vragen ze dan niet naar. Maar ze kunnen wel moeilijk doen over de administratie en dat vind ik gek, ik zou als controleur vragen: Waar komt uw mest vandaan?’’ Er zou verwacht mogen worden van een bedrijf als Skal dat zij controleurs inzetten die expertise en kennis bezitten over biologische bedrijven.

Een mogelijke oorzaak van de ervaren hoge administratieve lasten zijn de verschillen tussen biologische bedrijven. Zo stimuleer je steeds minder gevarieerde bedrijven concludeert Esther van de Ommuurde Tuin: ‘’Degene die uiteindelijk gaan leveren zijn de grootschalige monocultuur-bedrijven, want dan is het gemakkelijker om aan de ingewikkelde protocollen te voldoen.’’ Dat de richtlijnen van de Skal ingewikkeld zijn voor kleinschalige tuinderijen blijkt met name te gelden voor de verplichte oogstregistratie. Voor de oogstregistratie dienen alle gewassen geregistreerd en gewogen te worden, terwijl sommige bedrijven honderden gewassen telen op een klein perceel, zo wordt ons vertelt door tuinder Marleen: ‘’De oogstregistratie is een probleem, omdat wij zo divers telen dat het niet te doen is. (…) Ik kan dat niet blijven noteren en aan iedereen op het bedrijf vragen.’’ Kleinschalige tuinderijen verschillen in bedrijfsvoering van grote bedrijven, en controleurs zijn kennelijk niet op de hoogte van wat er speelt op kleinschalige bedrijven waardoor een gebrek aan deskundigheid en maatwerk wordt ervaren.

Naast de administratieve lasten staan de kosten om te voldoen aan de biologische richtlijnen niet in verhouding tot de inkomsten van kleinschalige tuinderijen. Afgezien van de vaste kosten voor een Skal-certificering van 1032 euro betalen tuinders een tarief van 111 euro plus 111 euro per ieder extra uur voor de controleur tijdens de jaarlijkse inspectie. Er is voor kleine biologische bedrijven een korting mogelijk, maar deze is gebaseerd op omzet, wat voor bedrijven met een korte keten ongunstig is in vergelijking met bedrijven die aan de groothandel leveren. Dat de kosten voor Skal buitenproportioneel zijn, laat tuinder Jelle zien: ‘’Wij hebben er maar één in Nederland [controlerende institutie, Skal], dus wij zijn gedwongen honderden euro’s te betalen. (…) Ik vind het bizar, ik verdien zelf 8 euro per uur en dan zit er iemand bij mij koffie te drinken voor meer dan honderd euro per uur.’’ Naast vaste kosten en certificeringskosten kunnen tuinders tegen betaling ontheffingen aanvragen. Wanneer er bepaalde biologische gewassen of zaden niet beschikbaar zijn op de markt ligt de verantwoordelijkheid bij de tuinder zelf om voor de kosten op te draaien van een ontheffing. Op deze manier worden tuinders ontmoedigd en gedemotiveerd, terwijl zij juist gecompenseerd zouden moeten worden voor hun investering in het ontwikkelen van de sector en de biodiversiteit.

Tijd voor verandering, want de meeste tuinders staan over het algemeen achter een onafhankelijke instantie met een controlerende functie. Zo draagt de sector een daadkrachtig en eensgezind geluid naar buiten. De gesproken tuinders hebben nagedacht over verschillende alternatieven. De Nederlandse overheid zou ervoor kunnen kiezen om meerdere controlerende instanties toe te staan voor het biologische keurmerk, zoals ook het geval is in Duitsland. Zo kan meer expertise worden geboden en kan de prijs voor certificering naar beneden. Anderzijds zou de Skal hun beleid kunnen aanpassen en maatwerk gaan bieden voor kleinschalige bedrijven. Andere oplossingsrichtingen liggen in praktische, handige tools waardoor de administratiedruk kan worden verminderd. De gewenste teeltwijze van de overheid zouden voor biologische telers geen extra kosten met zich mee mogen brengen. Momenteel biedt de Skal-keuring weinig voordelen voor tuinders die werken met directe afzet aan consumenten. In tegenstelling tot de Skal maakt het Demeter-keurmerk, voor de biodynamische landbouw, gebruik van collegiale toetsing. Bij collegiale toetsing is sprake van een vertrouwensrelatie tussen verschillende partijen in plaats van controle en sancties. Voordat er aanspraak gemaakt kan worden op een Demeter-keurmerk dient echter ook een Skal-controle plaats te vinden. Er zijn ook boeren die zonder het Demeter-keurmerk te voeren meedoen aan deze collegiale toetsing. Via een collegiale toetsing kan bijgedragen worden aan het verbeteren van de bedrijfsvoering, omdat het een leerproces voor tuinders beoogd. Zo kan een certificeringsproces vruchten afwerpen voor de tuinder én de biologische sector.

Frederique Dekker

De Federatie voor Agro-ecologische Boeren werkt aan een onderzoek naar uitdagingen in biologische certificering en wet- en regelgeving. De resultaten zullen gedeeld worden met Skal Biocontrole, eventuele reacties worden hier toegevoegd.

2 reacties

  1. Sander

    Helder beschreven hoe Skal de bekrompenheid van haar eigen systeem is geworden.

  2. Agnes

    Heel herkenbaar. Bij ons in Roemenie is het precies hetzelfde, al is er keuze uit een stuk of tien certificeringsbedrijven. Het enige dat ze doen is voldoen aan de EU regels. Binnenkomen, laptop aan, printer aan en eindeloos papieren checken en antwoorden invoeren. Dan 5 minuten naar het veld en een paar foto’s maken.
    Bij mijn controlefirma was ik het zo zat, dat ik vorig jaar heb gezegd dat ik een andere controleur wil, zonder arrogantie en met interesse in de landbouw. Zo geschiedde, zer stuurden een tuinder en dat gaf een veel beter gevoel :).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *