Ingezonden brief, gepubliceerd in de Trouw van zaterdag 10 juli

Het wordt een hete zomer. Alle tekenen wijzen die kant uit. Niet figuurlijk bedoeld, maar letterlijk. Aan de overkant van de plas in Canada worden dagelijks hitterecords gebroken terwijl de zomer nog moet beginnen. Het graan dat we in Nederland gebruiken voor consumptie komt daar grotendeels vandaan en fikt nu weg. Hebben we na deze zomer, eveneens letterlijk bedoeld, nog brood op de plank? Zijn we wakker?

Waarom staan we als boeren eigenlijk niet vooraan in de klimaatbeweging? Als boeren zijn we immers één van de eersten die de gevolgen merken. Waarom laten we niet weten dat daar buiten, op het boerenland, de signalen steeds zichtbaarder worden? Dat met de insecten nu ook de boerenlandvogels verdwijnen. Dat onze landbouwmethoden niet opgewassen zijn tegen die grote schommelingen in temperaturen. Dat onze gewassen allemaal op elkaar lijken en totaal niet robuust zijn bij ziektes of plagen. Dat we ervan schrikken dat Parkinson een beroepsziekte lijkt te zijn  vanwege het landbouwgif. Dat ons land steeds dieper wegzakt en verzilt door de ontwatering. Dat we ons zorgen maken of onze kinderen nog wel kunnen boeren omdat we steeds dieper moeten ploegen om nog vruchtbare teeltaarde boven te krijgen. Dat we aanvoelen dat een pandemie vanuit dierziektes bij een grote concentratie van vee meer kans krijgt.

Ook wij boeren zouden hard aan de slag moeten om een robuuste, klimaatneutrale en agro-ecologische voedselvoorziening op te bouwen. Gifvrij, zonder energievretende kunstmest en zonder import van veevoer uit kwetsbare ecosystemen elders. Waarbij het aankomt op ons boerenverstand, de juiste interpretatie van de signalen van gewassen en dieren, de kennis van de bodem en de inzet van biodiversiteit ter bestrijding van ziektes en plagen. Boerenverstand dat gevoed wordt door waarnemen en ontdekken, experimenteren en onderzoeken.

Wetenschappers die bijdragen aan de ontwikkeling van die boerenkennis zijn dan hard nodig. De kennis en ervaring van boeren die al eerder dit pad in zijn geslagen is van grote waarde om het leerproces te versnellen. De expliciete steun van burgers, maatschappelijke organisaties, politiek en beleidsmakers is essentieel bij de moeilijke transitie naar een landbouw die weer in balans is met de natuurlijke omgeving en deel uitmaakt van de gemeenschap. Toegang tot grond en kennis, de juiste sturing in wet- en regelgeving en de inzet van financiële instrumenten zullen ten dienste moeten komen aan deze transitie. Waarbij integrale oplossingen worden gezocht in plaats van deeloplossingen voor thema’s als stikstof, CO2 of fosfaten. De boer als leverancier van producten en diensten (inclusief ecosysteemdiensten) aan zowel ketenpartners als rechtstreeks aan burgers en overheden. Waardoor de boer weer een brede gewaardeerde functie krijgt als producent van gezond voedsel in samenspel met de natuur en beheerder van een vitaal landschap.

Net zoals eerdere generaties de landbouw na de Tweede Wereldoorlog vernieuwd hebben zal dat ook nu weer nodig zijn. Ook toen waren er stevige instrumenten nodig, zoals bijvoorbeeld het proces van ruilverkaveling dat werd ondersteund door een helder plan vanuit de overheid. Ook nu is er weer een duidelijk doel, een helder kader en een stevig ondersteunend instrumentarium nodig. Voor een landbouw gebaseerd op agro-ecologie, met de natuur als basis, in verbinding met de gemeenschap en voorziend in een eerlijk inkomen voor de boer. Dat is niet alleen hard nodig, het is op die manier ook weer aantrekkelijk om boer te zijn.

Het toekomstige kabinet is nu aan zet. Het is crisis, zoveel is wel duidelijk. Corona was een vingeroefening. Het echte werk is het verzetten van de bakens om als mensheid voort te bestaan. Het wordt immers al weer een zomer met hitterecords.

Alex Schreiner, Permacultuur Netwerk
Bregje Hamelynck, CSA Netwerk
Klarien Klingen, Vereniging Toekomstboeren
Joep Peteroff, Netwerk Biocyclische-veganlandbouw
Piet van IJzendoorn, BD-Vereniging
Ruud Zanders, Caring Farmers